Algemene Informatie
Datum van herziening:
2017-01-06
A. Productnaam:
x = Conc. %
Icoon in VIB
Bedrijf Informatie
bedrijf
Profclean Europe B.V
GHS informatie
signaal woord
Gevaar
Hazard Codes
Gevarenaanduidingen (CLP)
H220, H224, H304, H336, H411
Gevarenaanduidingen
Code
Jaarrekening
H220
Extremely flammable gas
Sectie 2
2.1. Indeling van de stof of het mengsel
1272/2008 (CLP) Classificatie 1272/2008 Pentaan CAS. 109-66-0 25 ≤ x < 50 Flam. Liq. 1 H224, Asp. Tox. 1 H304, STOT SE 3 H336, Aquatic Chronic 2 H411 EG. 203-692-4 INDEX. Reg. nr. 01-2119459286-30 NAFTA (AARDOLIE), MET WATERSTOF BEHANDELD LICHT CAS. 64742-49-0 10 ≤ x < 20 Asp. Tox. 1 H304, Nota P EG. 265-151-9 INDEX. 649-328-00-1 BUTAAN CAS. 106-97-8 10 ≤ x < 20 Flam. Gas 1 H220, Nota C U EG. 203-448-7 INDEX. 601-004-00-0 PROPAAN CAS. 74-98-6 10 ≤ x < 20 Flam. Gas 1 H220, Nota U EG. 200-827-9 INDEX. 601-003-00-5 De complete tekst van de gevarenaanduidingen (H) is weergegeven onder hoofdstuk 16 van het blad. RUBRIEK 4. Eerstehulpmaatregelen. 4.1. Beschrijving van de eerstehulpmaatregelen. OGEN: Contactlenzen verwijderen. Onmiddellijk minstens 15 minuten met veel water wassen, met de oogleden goed open. Indien het probleem aanhoudt, een arts raadplegen. HUID: Besmette kleding uittrekken. Onmiddellijk afdouchen. Waarschuw onmiddellijk een arts. Was de besmette kleding alvorens deze te gebruiken. INADEMING: Het slachtoffer in de frisse lucht brengen. Bij ademstilstand kunstmatige ademhaling toepassen. Waarschuw onmiddellijk een arts. INSLIKKEN: Waarschuw onmiddellijk een arts. Geen braken opwekken. Niets toedienen zonder uitdrukkelijke toestemming van de arts. RUBRIEK 4. Eerstehulpmaatregelen. ... / >> 4.2. Belangrijkste acute en uitgestelde symptomen en effecten. Er is geen bijzondere informatie beschikbaar over symptomen en effecten van het product. Zie hfst. 11, voor symptomen en gevolgen van de aanwezige stoffen. 4.3. Vermelding van de vereiste onmiddellijke medische verzorging en speciale behandeling. Informatie niet beschikbaar. RUBRIEK 5. Brandbestrijdingsmaatregelen. 5.1. Blusmiddelen. GESCHIKTE BLUSMIDDELEN Blusmiddelen zijn: kooldioxide, schuim, chemisch poeder. In geval van lekkage of morsen van het product zonder ontvlamming kan men spuitnevel gebruiken ter verspreiding van de ontvlambare dampen en ter bescherming van de personen die de lekkage verhelpen. ONGESCHIKTE BLUSMIDDELEN Gebruik geen waterstralen. Water is niet doeltreffend voor het doven van de brand, maar kan wel gebruikt worden voor het afkoelen van de aan vuur blootgestelde gesloten houders, om te voorkomen dat deze openbarsten en exploderen. 5.2. Speciale gevaren die door de stof of het mengsel worden veroorzaakt. BLOOTSTELLINGSGEVAREN IN GEVAL VAN BRAND Houders die aan vuur zijn blootgesteld kunnen in overdruk raken, met gevaar voor ontploffing. Vermijd inademing van verbrandingsproducten. 5.3. Advies voor brandweerlieden. ALGEMENE INFORMATIE Koel de houders af met waterstralen ter voorkoming van de ontbinding van het product en de ontwikkeling van stoffen die potentieel gevaarlijk zijn voor de gezondheid. Draag altijd volledige, beschermende en brandbestendige kleding. Vang het bluswater op, dat niet in de riolering mag wegvloeien. Verwerk het gebruikte verontreinigde bluswater evenals het residu van de brand overeenkomstig de geldende wettelijke voorschriften. UITRUSTING Gebruikelijke uitrusting voor brandbestrijding, zoals een onafhankelijk ademhalingsapparaat met perslucht met open circuit (EN 137), beschermende kleding (EN 469), beschermende handschoenen (EN 659) en laarzen (HO A29 of A30) voor brandweerlieden. RUBRIEK 6. Maatregelen bij het accidenteel vrijkomen van de stof of het mengsel. 6.1. Persoonlijke voorzorgsmaatregelen, beschermingsmiddelen en noodprocedures. Houd de lekkage tegen mits dat niet gevaarlijk is. Passende beschermde uitrusting dragen (met inbegrip van de persoonlijke beschermingsmiddelen in rubriek 8 van het veiligheidsinformatieblad) om besmetting van de huid, de ogen en de eigen kleding te voorkomen. Deze aanwijzingen gelden zowel voor de personen belast met de werkzaamheden als voor ingrepen bij noodgevallen. Stuur personen die geen beschermkleding dragen weg. Verwijder elke ontstekingsbron (sigaretten, vlammen, vonken enz.) uit de omgeving waar de lekkage heeft plaatsgevonden. 6.2. Milieuvoorzorgsmaatregelen. Voorkom dat het product in de riolering, het oppervlakte- of grondwater terechtkomt. 6.3. Insluitings- en reinigingsmethoden en -materiaal. Het weggelekte product in een geschikte houder afzuigen. Gebruik, als het product ontvlambaar is, explosieveilige apparatuur. Controleer de compatibiliteit van de houder die voor het product wordt gebruikt, door deel 10 te raadplegen. Het resterende product met absorberend inert materiaal opnemen. Zorg voor voldoende luchtcirculatie op de plek waar het product wegelekt is. Het verontreinigde materiaal moet verwerkt worden overeenkomstig het onder punt 13 bepaalde. 6.4. Verwijzing naar andere rubrieken. Eventuele informatie over persoonlijke bescherming en verwerking vindt men in de delen 8 en 13. RUBRIEK 7. Hantering en opslag. 7.1. Voorzorgsmaatregelen voor het veilig hanteren van de stof of het mengsel. Uit de buurt houden van hitte, vonken en vrije vlammen, niet roken en geen lucifers of aanstekers gebruiken. De dampen kunnen gaan branden en ontploffen, dus opeenhoping dient te worden vermeden door deuren en ramen open te houden en te zorgen voor een gekruiste ventilatie. Zonder een goede ventilatie kunnen dampen zich opeenhopen in de diepere lagen van de grond en ook vanuit de verte gaan branden, als zij worden aangestoken, waarbij het gevaar bestaat dat de vlam terugkeert. Voorkom opeenhoping van elektrostatische ladingen. In geval van verpakkingen met grote afmetingen, tijdens het overgieten met een aardingskabel verbinden en antitstatisch schoeisel dragen. Hard schudden van de vloeistof en de krachtige doorstroming ervan in leidingen en apparaten, kunnen vorming en accumulatie van elektrostatische ladingen veroorzaken. Gebruik nooit, ter voorkoming van brand- en ontploffingsgevaar, perslucht bij het verplaatsen. Open de houders voorzichtig, daar deze onder druk kunnen staan. Niet eten, drinken of roken tijdens het gebruik. Voorkom verspreiding van het 9.2. Overige informatie. VOC (Richtlijn 2010/75/EG) : 78,00 % VOC (vluchtige koolstof) : 41,67 % RUBRIEK 10. Stabiliteit en reactiviteit. 10.1. Reactiviteit. Onder normale gebruiksomstandigheden zijn er geen specifieke gevaren van reactie met andere stoffen. 10.2. Chemische stabiliteit. Dit product is stabiel onder normale gebruiks- en opslagomstandigheden. 10.3. Mogelijke gevaarlijke reacties. De dampen kunnen explosieve mengsels vormen met lucht. 10.4. Te vermijden omstandigheden. Vermijd oververhitting. Voorkom opeenhoping van elektrostatische ladingen. Vermijd ontstekingsbronnen. 10.5. Chemisch op elkaar inwerkende materialen. Informatie niet beschikbaar. 10.6. Gevaarlijke ontledingsproducten. Door thermische ontleding of in geval van brand kunnen er dampen vrijkomen die potentieel gevaarlijk zijn voor de gezondheid. RUBRIEK 11. Toxicologische informatie. 11.1. Informatie over toxicologische effecten. ACUTE TOXICITEIT. LC50 (Inademing - damp) van het mengsel: Niet ingedeeld (geen enkel relevant bestanddeel). LC50 (Inademing - nevel / stof) van het mengsel: Niet ingedeeld (geen enkel relevant bestanddeel). LD50 (Oraal) van het mengsel: Niet ingedeeld (geen enkel relevant bestanddeel). RUBRIEK 11. Toxicologische informatie. ... / >> LD50 (Dermaal) van het mengsel: Niet ingedeeld (geen enkel relevant bestanddeel). HUIDCORROSIE / -IRRITATIE. Veroorzaakt huidirritatie. ERNSTIG OOGLETSEL / OOGIRRITATIE. Voldoet niet aan de criteria voor indeling in deze gevarenklasse. SENSIBILISATIE VAN DE LUCHTWEGEN/DE HUID. Voldoet niet aan de criteria voor indeling in deze gevarenklasse. MUTAGENITEIT IN GESLACHTSCELLEN. Voldoet niet aan de criteria voor indeling in deze gevarenklasse. CARCINOGENITEIT. Voldoet niet aan de criteria voor indeling in deze gevarenklasse. GIFTIGHEID VOOR DE VOORTPLANTING. Voldoet niet aan de criteria voor indeling in deze gevarenklasse. STOT - BIJ EENMALIGE BLOOTSTELLING. Kan slaperigheid of duizeligheid veroorzaken. STOT - BIJ HERHAALDE BLOOTSTELLING. Voldoet niet aan de criteria voor indeling in deze gevarenklasse. GEVAAR BIJ INADEMING. Toxiciteit bij inademing. RUBRIEK 12. Ecologische informatie. Dit product moet als gevaarlijk voor het milieu worden beschouwd en is toxisch voor waterorganismen, lange termijn negatieve effecten voor het watermilieu. 12.1. Toxiciteit. Informatie niet beschikbaar. 12.2. Persistentie en afbreekbaarheid. BUTAAN Oplosbaarheid in water. 0,1 - 100 mg/l Gemakkelijk biologisch afbreekbaar. PROPAAN Oplosbaarheid in water. 0,1 - 100 mg/l Gemakkelijk biologisch afbreekbaar. NAFTA (AARDOLIE), MET WATERSTOF BEHANDELD LICHT Gemakkelijk biologisch afbreekbaar. 12.3. Bioaccumulatie. BUTAAN Verdelingscoëfficiënt: n-octanol/water. 1,09 PROPAAN Verdelingscoëfficiënt: n-octanol/water. 1,09 12.4. Mobiliteit in de bodem. NAFTA (AARDOLIE), MET WATERSTOF BEHANDELD LICHT Verdelingscoëfficiënt: bodem/water. 1,78 12.5. Resultaten van PBT- en zPzB-beoordeling. Op grond van de beschikbare gegevens, bevat het product geen PBT- of zPzB-stoffen met een percentage hoger dan 0,1%. 12.6. Andere schadelijke effecten. Informatie niet beschikbaar. RUBRIEK 13. Instructies voor verwijdering. 13.1. Afvalverwerkingsmethoden. Hergebruiken, indien mogelijk. De residuen van het product moeten als gevaarlijk speciaal afval beschouwd worden. De mate van gevaarlijkheid van afval, dat voor een deel dit product bevat, moet beoordeeld worden op grond van de geldende wetgeving. Af laten voeren door een vergunninghoudend afvalverwerkingsbedrijf, in overeenstemming met de nationale en eventueel ook plaatselijke regelgeving. Het vervoer van het afval kan onderhevig zijn aan de ADR-voorschriften. VERONTREINIGD VERPAKKINGSMATERIAAL Verontreinigd verpakkingsmateriaal moet naar recyclings- of verwerkingscentra verzonden worden in overeenstemming met de nationale regelgeving inzake afvalbeheer. RUBRIEK 14. Informatie met betrekking tot het vervoer. 14.1. VN-nummer. ADR / RID, IMDG, IATA: 1950 14.2. Juiste ladingnaam overeenkomstig de modelreglementen van de VN. ADR / RID: AEROSOLS IMDG: AEROSOLS IATA. AEROSOLS, FLAMMABLE 14.3. Transportgevarenklasse(n). ADR / RID: Klasse: 2 Etiket: 2.1 IMDG: Klasse: 2 Etiket: 2.1 IATA. Klasse: 2 Etiket: 2.1 14.4. Verpakkingsgroep. ADR / RID, IMDG, IATA: - 14.5. Milieugevaren. ADR / RID: NO IMDG: NO IATA. NO 14.6. Bijzondere voorzorgen voor de gebruiker. ADR / RID: HIN - Kemler: -- Limited Quantities: 1 L Restrictiecode in tunnels: (D) Special Provision: - IMDG: EMS: F-D, S-U Limited Quantities: 1 L IATA. Vracht: Maximum hoeveelheid. 150 Kg Verpakkingsinstructies: 203 Pass.: Maximum hoeveelheid. 75 Kg Verpakkingsinstructies: 203 Bijzondere instructies: A145, A167, A802 14.7. Vervoer in bulk overeenkomstig bijlage II bij Marpol en de IBC-code. Informatie niet van toepassing. RUBRIEK 15. Regelgeving. 15.1. Specifieke veiligheids-, gezondheids- en milieureglementen en -wetgeving voor de stof of het mengsel. Seveso-categorie - Richtlijn 2012/18/EG: P3a-E2 RUBRIEK 15. Regelgeving. ... / >> Beperkingen aan het product of de bevatte stoffen volgens Bijlage XVII Verordening (EG) 1907/2006. Product. Punt. 3 - 40 Stoffen in Candidate List (art. 59 REACH). Op grond van de beschikbare gegevens, bevat het product geen SVHC-stoffen met een percentage hoger dan 0,1%. Vergunningplichtige stoffen (Bijlage XIV REACH). Geen. Aan kennisgeving van uitvoer onderworpen stoffen Ver. (EG) 649/2012: Geen. Aan het verdrag van Rotterdam onderworpen stoffen: Geen. Aan het Verdrag van Stockholm onderworpen stoffen: Geen. Sanitaire controles. Werknemers die aan dit chemisch agens zijn blootgesteld, hoeven geen medische controle te ondergaan, mits uit de resultaten van de beoordeling van de gevaren blijkt, dat er slechts sprake is van een beperkt risico voor de veiligheid en de gezondheid van de werknemers en dat de door richtlijn 98/24/EG voorgeschreven maatregelen. 15.2. Chemischeveiligheidsbeoordeling. Er is geen chemische veiligheidsbeoordeling uitgevoerd voor het mengsel en de daarin bevatten stoffen. RUBRIEK 16. Overige informatie. Tekst van de gevarenaanduidingen (H) aangehaald in paragraaf 2-3 van het blad: Flam. Gas 1 Ontvlambaar gas, categorie 1 Flam. Liq. 1 Ontvlambare vloeistof, categorie 1 Asp. Tox. 1 Aspiratiegevaar, categorie 1 STOT SE 3 Specifieke doelorgaantoxiciteit bij - eenmalige blootstelling, categorie 3 Aquatic Chronic 2 Gevaar voor het aquatisch milieu, toxiciteit chronische, categorie 2 H220 Zeer licht ontvlambaar gas. H224 Zeer licht ontvlambare vloeistof en damp. H304 Kan dodelijk zijn als de stof bij inslikken in de luchtwegen terechtkomt. H336 Kan slaperigheid of duizeligheid veroorzaken. H411 Giftig voor in het water levende organismen, met langdurige gevolgen. LEGENDA: - ADR: Europese overeenkomst betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg - CAS NUMBER: Nummer van de Chemical Abstract Service - CE50: Concentratie die effect heeft op 50% van de geteste populaties - CE NUMBER: Identificatienummer in ESIS (Europees informatiesysteem voor chemische stoffen) - CLP: Verordening (EG) 1272/2008 - DNEL: Afgeleide dosis zonder effect - EmS: Emergency Schedule - GHS: Mondiaal geharmoniseerd classificatie- en etiketteringssysteem voor chemische stoffen - IATA DGR: Reglement betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen van de Internationale luchtvaartassociatie - IC50: Concentratie van immobilisatie van 50% van de geteste populaties - IMDG: Internationale maritieme code voor gevaarlijke stoffen - IMO: Internationale Maritieme Organisatie - INDEX NUMBER: Identificatienummer in Bijvoegsel VI van CLP - LC50: Letale concentratie 50% - LD50: Letale dosis 50% - OEL: Niveau beroepsmatige blootstelling - PBT: Persistent, bioaccumulerend en toxisch volgens REACH - PEC: Voorspelde concentratie in het milieu - PEL: Voorspeld blootstellingsniveau - PNEC: Voorspelde concentratie zonder effect - REACH: Verordening (EG) 1907/2006 - RID: Reglement betreffende het internationale spoorwegvervoer van gevaarlijke goederen - TLV: Drempelgrenswaarde - TLV CEILING: Concentratie die op geen enkel moment van beroepsmatige blootstelling mag worden overschreden - TWA STEL: Grenswaarde voor kortdurende blootstelling RUBRIEK 16. Overige informatie. ... / >> - TWA: Tijdgewogen gemiddelde blootstellingsgrenswaarde - VOC: Vluchtige organische stof