Algemene Informatie
Datum van herziening:
2016-11-09
A. Productnaam:
Conc. %
Icoon in VIB
Bedrijf Informatie
bedrijf
Profclean Europe B.V
GHS informatie
signaal woord
Gevaar
Hazard Codes
Gevarenaanduidingen (CLP)
H242, H302, H312, H314, H317, H319, H331, H373, H411
Gevarenaanduidingen
Code
Jaarrekening
H242
Heating may cause a fire
Sectie 2
2.1. Indeling van de stof of het mengsel
1272/2008 (CLP) Methacrylic acid, monoester with propane-1,2-diol CAS. 27813-02-1 5 - 10 Eye Irrit. 2 H319, Skin Sens. 1 H317 EG. 248-666-3 INDEX. - cumeenhydroperoxide CAS. 80-15-9 1 - 5 Org. Perox EF H242, Acute Tox. 3 H331, Acute Tox. 4 H302, EG. Acute Tox. 4 H312, STOT RE 2 H373, Skin Corr. 1B H314, 201-254-7 Aquatic Chronic 2 H411 INDEX. - Noot: Waarde hoger dan range uitgesloten. De complete tekst van de waarschuwingszinnen (R) en de gevarenaanduidingen (H) is weergegeven onder hoofdstuk 16 van het blad. T+ = Zeer Vergiftig(T+), T = Vergiftig(T), Xn = Schadelijk(Xn), C = Bijtend(C), Xi = Irriterend(Xi), O = Oxyderend(O), E = Ontplofbaar(E), F+ = Zeer Licht Ontvlambaar(F+), F = Licht Ontplofbaar(F), N = Milieugevaarlijk(N) RUBRIEK 4. Eerstehulpmaatregelen. 4.1. Beschrijving van de eerstehulpmaatregelen. OGEN: Contactlenzen verwijderen. Onmiddellijk minstens 30/60 minuten met veel water wassen, met de oogleden goed open. Raadpleeg direct een arts. HUID: Besmette kleding uittrekken. Onmiddellijk afdouchen. Raadpleeg direct een arts. INSLIKKEN: Zoveel mogelijk water laten drinken. Raadpleeg direct een arts. Braken niet opwekken als de arts daartoe niet uitdrukkelijk toestemming heeft gegeven. INADEMING: Waarschuw onmiddellijk een arts. Breng het slachtoffer in de frisse lucht, zover mogelijk van de plaats van het ongeval. Bij ademstilstand kunstmatige ademhaling toepassen. Neem geschikte voorzorgsmaatregelen voor de hulpverlener. RUBRIEK 4. Eerstehulpmaatregelen. ... / >> 4.2. Belangrijkste acute en uitgestelde symptomen en effecten. Zie hfst. 11, voor symptomen en gevolgen van de aanwezige stoffen. 4.3. Vermelding van de vereiste onmiddellijke medische verzorging en speciale behandeling. Informatie niet beschikbaar. RUBRIEK 5. Brandbestrijdingsmaatregelen. 5.1. Blusmiddelen. GESCHIKTE BLUSMIDDELEN Blusmiddelen zijn: kooldioxide en chemisch poeder. In geval van lekkage of morsen van het product zonder ontvlamming kan men spuitnevel gebruiken ter verspreiding van de ontvlambare dampen en ter bescherming van de personen die de lekkage verhelpen. ONGESCHIKTE BLUSMIDDELEN Gebruik geen waterstralen. Water is niet doeltreffend voor het doven van de brand, maar kan wel gebruikt worden voor het afkoelen van de aan vuur blootgestelde gesloten houders, om te voorkomen dat deze openbarsten en exploderen. 5.2. Speciale gevaren die door de stof of het mengsel worden veroorzaakt. BLOOTSTELLINGSGEVAREN IN GEVAL VAN BRAND Indien het product in grote hoeveelheden bij een brand betrokken is, kan het de brand aanzienlijk verergeren. Vermijd inademing van verbrandingsproducten. 5.3. Advies voor brandweerlieden. ALGEMENE INFORMATIE Koel in geval van brand de houders direct af met waterstralen ter voorkoming van ontploffingsgevaar (ontbinding van het product, overdruk) en de ontwikkeling van stoffen die potentieel gevaarlijk zijn voor de gezondheid. Draag altijd volledige, beschermende en brandbestendige kleding. Indien dit zonder risico’s te nemen mogelijk is, de houders met het product uit de brand verwijderen. UITRUSTING Gebruikelijke uitrusting voor brandbestrijding, zoals een onafhankelijk ademhalingsapparaat met perslucht met open circuit (EN 137), beschermende kleding (EN 469), beschermende handschoenen (EN 659) en laarzen (HO A29 of A30) voor brandweerlieden. RUBRIEK 6. Maatregelen bij het accidenteel vrijkomen van de stof of het mengsel. 6.1. Persoonlijke voorzorgsmaatregelen, beschermde uitrusting en noodprocedures. Houd de lekkage tegen mits dat niet gevaarlijk is. Passende beschermde uitrusting dragen (met inbegrip van de persoonlijke beschermingsmiddelen in rubriek 8 van het veiligheidsinformatieblad) om besmetting van de huid, de ogen en de eigen kleding te voorkomen. Deze aanwijzingen gelden zowel voor de personen belast met de werkzaamheden als voor ingrepen bij noodgevallen. 6.2. Milieuvoorzorgsmaatregelen. Voorkom dat het product in de riolering, het oppervlakte- of grondwater terechtkomt. 6.3. Insluitings- en reinigingsmethoden en -materiaal. Het weggelekte product in een geschikte houder afzuigen. Controleer de compatibiliteit van de houder die voor het product wordt gebruikt, door deel 10 te raadplegen. Het resterende product met absorberend inert materiaal opnemen. Zorg voor voldoende luchtcirculatie op de plek waar het product wegelekt is. Raadpleeg deel 7 voor eventuele incompatibiliteiten van het materiaal van de houders. Het verontreinigde materiaal moet verwerkt worden overeenkomstig het onder punt 13 bepaalde. 6.4. Verwijzing naar andere rubrieken. Eventuele informatie over persoonlijke bescherming en verwerking vindt men in de delen 8 en 13. RUBRIEK 7. Hantering en opslag. 7.1. Voorzorgsmaatregelen voor het veilig hanteren van de stof of het mengsel. Garandeer een adequaat geaard systeem voor installaties en personen. Vermijd het contact met ogen en huid. Geen stof, damp of nevel inademen. Niet eten, drinken of roken tijdens het gebruik. Handen wassen na gebruik. Voorkom verspreiding van het product in het milieu. 7.2. Voorwaarden voor een veilige opslag, met inbegrip van incompatibele producten. Alleen bewaren in de originele houder. Bewaren op een geventileerde plaats, ver van ontstekingsbronnen. Houd de houders hermetisch gesloten. Bewaar het product in houders voorzien van duidelijke etiketten. Vermijd oververhitting. Vermijd harde schokken. Bewaar de houders uit de buurt van eventueel incompatibel materiaal; raadpleeg hiervoor deel 10. 7.3. Specifiek eindgebruik. Informatie niet beschikbaar. RUBRIEK 8. Maatregelen ter beheersing van blootstelling/persoonlijke bescherming. 8.1. Controleparameters. Informatie niet beschikbaar. 8.2. Maatregelen ter beheersing van blootstelling. Gelet op het feit dat toepassing van geschikte technische maatregelen altijd prioriteit moet krijgen ten aanzien van persoonlijke beschermingsmiddelen, moet voor een goede ventilatie op de werkplek gezorgd worden, met behulp van een doelmatige plaatselijke afzuiging. Raadpleeg eventueel uw leveranciers van chemische stoffen bij het kiezen van de persoonlijke beschermingsuitrustingen. De persoonlijke beschermingsuitrustingen moeten over de EG-markering beschikken die aangeeft dat zij voldoen aan de geldende voorschriften. Installeer een nooddouche met spoelbak voor gelaat en ogen. BESCHERMING VAN DE HANDEN Bescherm de handen met werkhandschoenen categorie III (ref. norm EN 374). Voor de definitieve keuze van de werkhandschoenen dient rekening te worden gehouden met: compatibiliteit, degradatie, doorbraaktijd en permeatie. In het geval van preparaten moet voor het gebruik eerst de weerstand van de werkhandschoenen gecontroleerd worden, daar deze niet voorspelbaar is. De slijtageduur van de handschoenen is afhankelijk van de duur en wijze van gebruik. BESCHERMING VAN DE HUID Draag werkkleding met lange mouwen en veiligheidsschoeisel voor professioneel gebruik categorie II (ref. EEG Richtlijn 89/686 en norm EN ISO 20344). Was u met water en zeep nadat u de kleding heeft uitgedaan. BESCHERMING VAN DE OGEN Het is raadzaam een gelaatsscherm met kap of een gelaatsscherm in combinatie met een hermetisch sluitende bril te gebruiken (ref. norm EN 166). BESCHERMING VAN DE LUCHTWEGEN Indien de drempelwaarde (bv. TLV-TWA) van de stof of van één of meer in het product aanwezige stoffen wordt overschreden, het is raadzaam een masker met filter van het type B te gebruiken, waarvan men de klasse (1, 2 of 3) op basis van de concentratiegrenswaarde kiest. (ref. norm EN 14387). Bij aanwezigheid van gassen of dampen van verschillende aard en/of gassen of dampen met deeltjes (aerosolen, rook, nevel, enz.), dient men combinatiefilters te gebruiken. Het gebruik van beschermingsmiddelen van de luchtwegen is noodzakelijk wanneer de toegepaste technische maatregelen niet toereikend zijn om blootstelling van de werknemer te begrenzen tot de betreffende drempelwaarden. De door de maskers geboden bescherming is hoe dan ook beperkt. Gebruik, indien de betreffende stof reukloos is of zijn reukdrempel boven de bijbehorende TLV-TWA ligt, en in ieder geval in noodgevallen, een onafhankelijk ademhalingsapparaat met perslucht met open circuit (ref. norm EN 137) of een zelfaanzuigend slangmasker (ref. norm EN 138). Raadpleeg voor de juiste keuze van de beschermingsuitrusting van de luchtwegen de norm EN 529. RUBRIEK 9. Fysische en chemische eigenschappen. 9.1. Informatie over fysische en chemische basiseigenschappen. Fysieke toestand vloeibaar Kleur wit Geur geurloos Geurdrempelwaarde. Niet beschikbaar. pH. Niet beschikbaar. Smelt- / vriespunt. Niet beschikbaar. Beginkookpunt. Niet beschikbaar. Kooktraject. Niet beschikbaar. Vlampunt. 100 °C. Verdampingssnelheid Niet beschikbaar. Ontvlambaarheid (vast, gas) Niet beschikbaar. Laagste vlampunt. Niet beschikbaar. Hoogste vlampunt. Niet beschikbaar. Laagste ontploffingsgrens. Niet beschikbaar. Hoogste ontploffingsgrens. Niet beschikbaar. Dampdruk. Niet beschikbaar. Dampdichtheid Niet beschikbaar. Relatieve dichtheid. 1,010 Kg/l Oplosbaarheid Niet beschikbaar. Verdelingscoëfficiënt n-octanol/water Niet beschikbaar. Zelfontbrandingstemperatuur. Niet beschikbaar. Ontledingstemperatuur. Niet beschikbaar. Viscositeit . 57500 mPa*s Ontploffingseigenschappen Niet beschikbaar. Oxiderende eigenschappen Niet beschikbaar. RUBRIEK 9. Fysische en chemische eigenschappen. ... / >> 9.2. Overige informatie. VOC (Richtlijn 1999/13/EG) : 0 VOC (vluchtige koolstof) : 0