Algemene Informatie
Version
2.00
Datum van herziening:
2023-01-05
A. Productnaam:
FLEXXIPAVE 353 E
1.5 Aanbevolen gebruik:
Hoofdzakelijk gebruikt als wegbedekking, Allerlei industriële toepassingen Toepassingen die worden afgeraden: Geen, tenzij elders in dit veiligheidsinformatieblad aangegeven
Telefoonnummer voor noodgevallen (CHEMTREC)
+32 28 083 237
Icoon in VIB
Bedrijf Informatie
bedrijf
ExxonMobil Petroleum & Chemical BV
sds.bnl@exxonmobil.com
GHS informatie
signaal woord
Waarschuwing
Sectie 2
RUBRIEK 2: Identificatie van de gevaren
1272/2008 INDELING VAN DE STOF OF HET MENGSEL
Gevarenaanduidingen
Bijkomende: EUH210: Veiligheidsinformatieblad op verzoek verkrijgbaar.
Fysisch-chemische effecten
Gevaar voor thermische verbranding - contact met heet product kan thermische brandwonden veroorzaken.
Gezondheidsrisico's
Blootstelling aan hoge rookconcentraties van warme asfalt kan irriterend zijn voor ogen en ademhalingswegen. Het zeer giftige zwavelwaterstofgas kan aanwezig zijn. Tekens en symptomen van een overmatige blootstelling aan zwavelwaterstof zijn irritatie van ademhalingswegen en ogen, duizeligheid, misselijkheid, hoesten, droog gevoel en pijn in de neus en bewusteloosheid. De reuk is geen betrouwbare indicator om de aanwezigheid van gevaarlijke concentraties in de atmosfeer aan te tonen.
Milieugevaren
Geen belangrijke gevaren.Het product voldoet niet aan de criteria voor PBT of zPzB in overeenstemming met REACH Annex XIII. Hormoonontregelende eigenschappen: Bevat geen stof(fen) die gekend zijn om hormoonontregelende eigenschappen te hebben. RUBRIEK 3 SAMENSTELLING EN INFORMATIE OVER DE BESTANDDELEN 3.1. STOFFEN Niet van toepassing. Dit product is gereglementeerd als een mengsel. 3.2. MENGSELS Dit product is gedefinieerd als een mengsel. Te rapporteren gevaarlijke stof(fen) in overeenstemming met de classificatiecriteria en/of met een grenswaarde voor blootstelling (OEL) Naam CAS# EC# Registratie# Concentratie* GHS/CLP Specifieke indeling Conc. Limieten, M-factoren en ATE's Zinkcarbonaat 5263-02-5 226-076-7 NV 0.1 - < 0.25% Aquatic Acute 1 - hydroxide H400 (M factor 1), Aquatic Chronic 1 H410 (M factor 1), Skin Irrit. 2 H315, Eye Irrit. 2 H319 Opmerking: classificaties tussen haakjes zijn een onderdeel van GHS dat niet door de EU in de CLP-verordening (nr. 1272/2008) werd opgenomen en daarom niet in de EU- of niet-EU-landen die de CLP-verordening hebben uitgevoerd van toepassing is. Deze classificatie wordt uitsluitend voor informatiedoeleinden weergegeven. * Alle concentraties worden in gewichtsprocent uitgedrukt tenzij het product een gas is. Gasconcentraties worden in volumeprocent uitgedrukt. Opmerking: Zie Rubriek 16 van dit VIB voor de volledige tekst van de gevarenaanduidingen. RUBRIEK 4 EERSTEHULPMAATREGELEN 4.1. BESCHRIJVING VAN DE EERSTEHULPMAATREGELEN INADEMING Onmiddellijk aan verdere blootstelling onttrekken. Onmiddellijk medische hulp vragen. Personen die hulp bieden moeten vermijden dat ze zichzelf of anderen blootstellen. De geschikte ademhalingsbescherming gebruiken. Zuurstof toedienen, indien beschikbaar. Indien de ademhaling gestopt is, een beademingstoestel gebruiken. CONTACT MET DE HUID De plaatsen waar de stof de huid geraakt heeft met zeep en water wassen. Indien heet product op de huid terechtkomt, het gesmolten product zo snel mogelijk met water afkoelen. Laat vervolgens door een arts het resterende product verwijderen en de brandwonden behandelen. CONTACT MET DE OGEN Minstens 15 minuten met veel water spoelen. Medische hulp vragen. INSLIKKEN Eerstehulp is normaal niet vereist. Medische hulp vragen wanneer ongemak optreedt. 4.2. BELANGRIJKSTE ACUTE EN UITGESTELDE SYMPTOMEN EN EFFECTEN Oogpijn, roodheid, tranen, zwelling van oogleden, jeuk. 4.3. VERMELDING VAN DE VEREISTE ONMIDDELLIJKE MEDISCHE VERZORGING EN SPECIALE BEHANDELING De noodzaak speciale middelen om specifieke en onmiddellijke medische behandelingen te verschaffen beschikbaar te hebben op de werkplek, wordt niet verwacht. RUBRIEK 5 BRANDBESTRIJDINGSMAATREGELEN 5.1. BLUSMIDDELEN Geschikte blusmiddelen: Gebruik poeder, koolstofdioxide (CO2) of een droge, niet brandbare stof zoals zand of aarde, om de vlammen te doven. Ongeschikte blusmiddelen: GEEN WATER GEBRUIKEN. 5.2. SPECIALE GEVAREN DIE DOOR DE STOF OF HET MENGSEL WORDEN VEROORZAAKT Gevaarlijke verbrandingsproducten: Aldehyden, Waterstofsulfide, Onvolledige verbrandingsproducten, Koolstofoxydes, Rook, Dampen, Zwaveloxiden 5.3. ADVIES VOOR BRANDWEERLIEDEN Instructies betreffende brandbestrijding: De omgeving ontruimen. Beletten dat het bluswater in rivieren, riolen of drinkwatervoorraden terechtkomt. Brandweerlui moeten gebruikmaken van de standaard beschermingsmiddelen en in afgesloten ruimtes een autonoom ademhalingstoestel. Water sproeien om de aan het vuur blootgestelde oppervlakken af te koelen en mensen te beschermen. ONTVLAMBAARHEIDSEIGENSCHAPPEN Vlampunt [Methode]: >235ºC (455°F) [EN/ISO 2592] Bovenste/onderste ontvlamgrenswaarden (Benaderend volume % in lucht) UEL 5.0 LEL: 0.5 [Geschat] Zelfontstekingstemperatuur: Geen gegevens beschikbaar RUBRIEK 6 MAATREGELEN BIJ HET ACCIDENTEEL VRIJKOMEN VAN DE STOF OF HET MENGSEL 6.1. PERSOONLIJKE VOORZORGSMAATREGELEN, BESCHERMINGSMIDDELEN EN NOODPROCEDURES MELDINGSPROCEDURES In geval van verontreiniging of accidentele lozing, de bevoegde autoriteiten informeren en alle van kracht zijnde reglementeringen naleven. BESCHERMINGSMAATREGELEN Contact met het gemorste product voorkomen. Raadpleeg Rubriek 5 voor informatie betreffende de brandbestrijding. Zie Rubriek "Identificatie van de gevaren" voor belangrijke gevaren. Zie Rubriek 4 voor eerstehulp-advies Zie Rubriek 8 voor de minimum eisen van persoonlijke beschermingsmiddelen. Aanvullende beschermende voorzorgsmaatregelen zijn mogelijk nodig, afhankelijk van de specifieke omstandigheden en/of van de deskundige beoordeling van noodverleners. Voor de hulpdiensten Bescherming van de luchtwegen halfgelaat- of volgelaatmasker met filter(s) voor organische dampen en, indien van toepassing, kan een H2S of zelfstandig ademhalingstoestel worden gebruikt, afhankelijk van de omvang van de verontreiniging en het potentieel blootstellingsniveau. Als de blootstelling niet volledig kan worden gekarakteriseerd of een gebrek aan zuurstof mogelijk is of verwacht wordt, wordt een zelfstandig ademhalingstoestel aanbevolen. Veiligheidsbril en gelaatsbescherming worden aanbevolen wanneer heet product of dampen met de ogen in aanraking kan komen. Kleine verontreinigingen normale werkkleding is meestal toereikend. Grote verontreinigingen beschermend pak dat het hele lichaam bedekt en dat bestaat uit materiaal dat bestand is tegen chemische stoffen en antistatisch en warmtebestendig is, wordt aanbevolen. Werkhandschoenen (bij voorkeur het lange type) die voldoende chemische resistent zijn. Opmerking: handschoenen gemaakt van polyvinylacetaat (PVA) zijn niet waterdicht en zijn ongeschikt voor gebruik in noodsituaties. Als contact met heet product mogelijk is of wordt verwacht, worden hittebestendige en warmte-isolerende handschoenen aanbevolen. 6.2. MILIEUVOORZORGSMAATREGELEN Grote verontreiniging: op een grote afstand van het vloeistoflek indammen om de vloeistof op te kunnen vangen en af te voeren. Voorkom dat het product in waterwegen, riolen, kelders of besloten ruimtes kan geraken. 6.3. INSLUITING- EN REINIGINGSMETHODEN EN -MATERIAAL Bodemverontreiniging: Het lek stoppen indien u geen gevaar loopt. Het gemorste product niet aanraken of betreden. Voorkom dat het product in waterwegen, riolen, kelders of besloten ruimtes kan geraken. Om de dampen te bestrijden kan een damponderdrukkingsschuim aangewend worden. Met droge aarde, zand of een andere niet brandbare stof absorberen of bedekken en in containers scheppen. Waterverontreiniging: Het lek stoppen indien u geen gevaar loopt. Het product zal zinken. Een expert raadplegen. De aanbevelingen betreffende water- en bodemverontreiniging steunen op het meest waarschijnlijke verontreinigingsscenario voor dit product. Geografische kenmerken, wind, temperatuur en, in het geval van waterverontreiniging, de golven en de stroomrichting en -snelheid kunnen niettemin de juiste keuze van de te treffen maatregelen beïnvloeden. Daarom moeten plaatselijke deskundigen geraadpleegd worden. Nota: Plaatselijke reglementeringen kunnen bepaalde maatregelen voorschrijven of aan voorwaarden onderwerpen. 6.4. VERWIJZING NAAR ANDERE RUBRIEKEN Zie rubrieken 8 en 13. RUBRIEK 7 HANTERING EN OPSLAG Geen 14.6. Bijzondere voorzorgen voor de gebruiker: Classificatiecode: M9 Etiket(ten): 9 (ET) Gevaars ID nummer: 99 Hazchem EAC: 2Y BINNENVAART (ADN) 14.1. UN (of ID) nummer: 3257 14.2. UN officiële vervoersnaam (Technische benaming): VERWARMDE VLOEISTOF, N.E.G. (Bitumen) 14.3. Transportgevarenklasse(n): 9 14.4. Verpakkingsgroep: III Geen 14.6. Bijzondere voorzorgen voor de gebruiker: Gevaars ID nummer: 99 Etiket(ten): 9 (ET) ZEEVAART (IMDG) 14.1. UN (of ID) nummer: 3257 14.2. UN officiële vervoersnaam (Technische benaming): VERWARMDE VLOEISTOF, N.E.G. (Bitumen) 14.3. Transportgevarenklasse(n): 9 14.4. Verpakkingsgroep: III 14.6. Bijzondere voorzorgen voor de gebruiker: Etiket(ten): 9 (ET) EMS Nummer: F-A, S-P Vervoersdocument: UN3257, ELEVATED TEMPERATURE LIQUID, N.O.S. (Bitumen), 9, PG III ZEEVAART (MARPOL 73/78 Conventie - Annex II): 14.7. Zeevervoer in bulk volgens IMO-instrumenten Niet ingedeeld overeenkomstig bijlage II LUCHTVAART (IATA) Geen 14.6. Bijzondere voorzorgen voor de gebruiker: Etiket(ten): Vervoersdocument: GEEN NORMALE PRAKTIJK [Voetnoot: Het product geclassificeerd als UN 3257 is verboden voor luchttransport, maar het product mag door de lucht getransporteerd worden indien zijn temperatuur lager is dan 100°C. Indien het product aangeboden wordt voor transport beneden 100°C, is de transport classificatie niet gereglementeerd.] RUBRIEK 15 REGELGEVING REGLEMENTAIRE STATUS EN TOEPASSELIJKE WETTEN EN REGLEMENTEN Vermeld of vrijgesteld van vermelding/notificatie op de volgende chemische inventarissen NB AIIC, DSL, ENCS, IECSC, ISHL, KECI, PICCS, TCSI 15.1. SPECIFIEKE VEILIGHEIDS-, GEZONDHEIDS- EN MILIEUREGLEMENTEN EN -WETGEVING VOOR DE STOF OF HET MENGSEL Van toepassing zijnde EU richtlijnen en reglementeringen
Voorzorgsmaatregelen
VOOR HET VEILIG HANTEREN VAN DE STOF OF HET MENGSEL Vermijd dampen van het verwamde product om blootstelling aan mogelijk giftige en irriterende stoffen te voorkomen. Bij verwarming van dit product komt waterstofsulfide (H2S) vrij. Niet op de reuk afgaan als waarschuwingssignaal. Plaatselijke oververhitting vermijden bij het opwarmen tot de normale behandelingstemperatuur . Alleen met een doeltreffende ventilatie gebruiken. Voorkom kleine verontreinigingen en lekken om gevaar voor uitglijden te vermijden. Laad- / Lostemperatuur: > 90ºC (194°F) Statische accumulator: Dit product is geen statische accumulator. 7.2. VOORWAARDEN VOOR EEN VEILIGE OPSLAG, MET INBEGRIP VAN INCOMPATIBELE PRODUCTEN Niet-absorberende isolatie zoals glasschuim wordt aanbevolen voor tanks en pijpleidingen. Niet opslaan in open of niet ge-etiketteerde containers. Opslagtemperatuur: < 190ºC (374°F) 7.3. SPECIFIEK EINDGEBRUIK Rubriek 1 informeert over geïdentificeerd eindgebruik. Geen industrie of sector specifieke aanbevelingen beschikbaar. RUBRIEK 8 MAATREGELEN TER BEHEERSING VAN BLOOTSTELLING/PERSOONLIJKE BESCHERMING 8.1. CONTROLEPARAMETERS BLOOTSTELLINGSGRENSWAARDEN Blootstellingsgrenzen/normen (Opmerking Blootstellingsgrenzen zijn niet optelbaar) Stofnaam Uitzicht Grens / Norm Opmerki Bron ng Asfalt Rook. TGG 8- 5 mg/m3 Belgisch uren Staatsblad Asfalt [in benzeen oplosbaar] Rook, TGG 8- 0.5 mg/m3 ACGIH inhaleerb uren aar Waterstofsulfide TGG 15 14 mg/m3 10 ppm Belgisch min. Staatsblad Waterstofsulfide TGG 8- 7 mg/m3 5 ppm Belgisch uren Staatsblad Waterstofsulfide TGG 15 14 mg/m3 10 ppm ExxonMobil min. Waterstofsulfide TGG 8- 7 mg/m3 5 ppm ExxonMobil uren Waterstofsulfide TGG 15 5 ppm ACGIH min. Waterstofsulfide TGG 8- 1 ppm ACGIH uren Nota: Informatie over de aanbevolen meetprocedures kunnen verkregen worden bij de officiële instanties. Belgisch Staatsblad 8.2. MAATREGELEN TER BEHEERSING VAN BLOOTSTELLING TECHNISCHE MAATREGELEN De beschermingsgraad en de aard van de vereiste beschermingsmiddelen hangen af van de mogelijke blootstellingscondities. Te overwegen beschermingsmaatregelen: Geen speciale vereisten voor gewone gebruiksomstandigheden indien de ventilatie doeltreffend is. PERSOONLIJKE BESCHERMING De persoonlijke beschermingsmiddelen worden gekozen op grond van de mogelijke blootstellingsomstandigheden zoals de toepassingen, de hanteringswijzen, de concentratie en ventilatie. De informatie over de keuze van beschermingsmiddelen die geschikt zijn voor gebruik bij dit product, zoals hieronder aangegeven, is gebaseerd op het normaal voorziene gebruik ervan. Ademhalingsbescherming: Indien de ingezette voorzorgsmaatregelen ontoereikend zijn om de concentratie verontreinigingen in de lucht op een voor de gezondheid van de werknemers aanvaardbaar peil te houden, kan het nodig zijn een goedgekeurd ademhalingstoestel te gebruiken. Keuze, gebruik en onderhoud van het toestel moeten in overeenstemming zijn met de wettelijke bepalingen, indien van toepassing. De soorten ademhalingstoestellen te overwegen voor dit product omvatten: Een ademhalingstoestel met luchttoevoer op overdruk wordt aanbevolen op plaatsen waar H2S- dampen zich kunnen accumuleren. CEN normen EN 136, 140 en 405 verschaffen ademhalingsmaskers en EN 149 en 143 verschaffen aanbevelingen voor te gebruiken filters. In geval van hoge concentraties in de lucht, een goedgekeurd ademhalingstoestel met luchtaanvoer onder overdruk gebruiken. Ademhalingstoestellen met luchttoevoer en vluchtcilinder zijn aangewezen wanneer de zuurstofconcentratie ontoereikend is, de gas/damp waarschuwingsgegevens beperkt zijn, of wanneer de luchtfilter capaciteit/graad overschreden kan worden. Handbescherming: Alle specifieke informatie over handschoenen is gebaseerd op gepubliceerde vakliteratuur en gegevens van de handschoenfabrikant. De geschiktheid van de handschoenen en de doorbraaktijd zullen verschillen naargelang de specifieke gebruiksomstandigheden. Contacteer de fabricant voor specifiek advies over de keuze van handschoen en doorbraaktijd voor uw gebruiksomstandigheden. Inspecteer en vervang versleten of beschadigde handschoenen. De soorten handschoenen te overwegen voor dit product omvatten: Als het product heet is, worden thermisch beschermende, chemicaliënbestendige handschoenen aanbevolen. Als contact met de onderarmen mogelijk is, draag dan handschoenen met een extra lange schacht. CEN normen EN 420 en EN 374 verschaffen algemene vereisten en een lijst met typen handschoenen. Oogbescherming: Indien contact met het product mogelijk is, worden een veiligheidsbril en een gelaatsscherm aanbevolen. Huid- en lichaamsbescherming: Alle specifieke informatie over de kledij werd geleverd door de fabrikanten of steunt op de gepubliceerde vakliteratuur. Voor dit product komen de volgende soorten kledij in aanmerking: Indien het product warm is, worden een hitte- en chemicaliënbestendige schort en lange mouwen aanbevolen. Specifieke hygiënemaatregelen: Ten allen tijde een goede persoonlijke hygiëne in acht nemen, zoals zich wassen na het omgaan met het product en voor het eten, drinken en/of roken. De werkkledij en de beschermingsmiddelen regelmatig wassen om de verontreinigingen te verwijderen. Werp verontreinigde kledij en schoeisel weg indien reiniging onmogelijk is. Beoefen schone werkpraktijken. BEHEERSING VAN MILIEUBLOOTSTELLING Voldoen aan de toepasselijke milieuwetgevingen inzake de beperkingen op uitstoot naar lucht, water en grond. Bescherm het milieu door de geschikte beheersmaatregelen te nemen om emissies te voorkomen of te beperken. RUBRIEK 9 FYSISCHE EN CHEMISCHE EIGENSCHAPPEN Nota: Fysische en chemische eigenschappen worden enkel verschaft voor veiligheids-, gezondheids- en milieu-overwegingen en zouden de product specificaties niet volledig kunnen weergeven. De leverancier raadplegen voor bijkomende informatie. 9.1. INFORMATIE OVER FYSISCHE EN CHEMISCHE BASISEIGENSCHAPPEN Fysische toestand: Vast Kleur: Zwart Geur: Petroleum/solvent Geurdrempel: Geen gegevens beschikbaar Smeltpunt / Vriespunt: Technisch onmogelijk / Technisch onmogelijk Beginkookpunt / en kooktraject: > 400ºC (752°F) [Geschat] Ontvlambaarheid (Vaste stof, Gas): [testmethode niet beschikbaar] Laagste en hoogste explosiegrens UEL 5.0 LEL: 0.5 [Geschat] Vlampunt [Methode]: >235ºC (455°F) [EN/ISO 2592] Zelfontstekingstemperatuur: Geen gegevens beschikbaar Ontbindingstemperatuur: Geen gegevens beschikbaar pH: Technisch onmogelijk Kinematisch viscositeit: [NB bij 40°C] [testmethode niet beschikbaar] Oplosbaarheid: Verwaarloosbaar Verdelingscoëfficiënt (n-octanol/water verdelingscoëfficiënt): > 6 [Geschat] Dampspanning: < 0.013 kPa (0.1 mm Hg) bij 20ºC [Geschat] Soortelijk gewicht (bij 25 ºC): 0.95 - 1.1 [testmethode niet beschikbaar] Relatieve dampdichtheid (lucht = 1): > 1 bij 101 kPa [Geschat] Verdampingssnelheid (n-butylacetaat = 1): Technisch onmogelijk Explosie eigenschappen: Geen Oxiderende eigenschappen: Geen Deeltjeskarakteristieken Mediane deeltjesgrootte: Geen gegevens beschikbaar
Verdere informatie
Geen 9.2.1. INFORMATIE INZAKE FYSISCHE GEVARENKLASSEN Geen gegevens beschikbaar 9.2.2. ANDERE VEILIGHEIDSKENMERKEN Geen gegevens beschikbaar RUBRIEK 10 STABILITEIT EN REACTIVITEIT 10.1. REACTIVITEIT: Zie sub-rubrieken hieronder. 10.2. CHEMISCHE STABILITEIT: In normale omstandigheden is het product stabiel. 10.3. MOGELIJKE GEVAARLIJKE REACTIES: Een gevaarlijke polymerisatie zal zich niet voordoen. 10.4. TE VERMIJDEN OMSTANDIGHEDEN: Contact van warm product met water. oververhitting 10.5. CHEMISCH OP ELKAAR INWERKENDE MATERIALEN: Basen, Halogenen, Sterke zuren, Sterke oxydanten 10.6. GEVAARLIJKE ONTLEDINGSPRODUCTEN: Product ontleedt niet bij kamertemperatuur. RUBRIEK 11 Voor het product zelf: Asfalt (bitumen): Kan geringe hoeveelheden polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAKs) bevatten, waarvan sommigen verdacht worden kanker te veroorzaken bij een slechte industriele hygiëne en een langdurig herhaald contact. Deze PAKs kunnen ook ingeademd worden. Uit studies blijkt dat inademing van hoge concentraties van rook bronchitis, longontsteking, fibrose en celschade veroorzaakt. Vermijdt contact met asfalt emissies. REFERENTIEDOCUMENTEN: Bronnen van informatie gebruikt bij de opstelling van dit VIB omvatten één of meerdere van de volgende: resultaten van eigen toxicologische studies of van de leverancier, CONCAWE Product dossiers, publicaties van andere bedrijfsorganisaties zoals de EU Hydrocarbon Solvents REACH Consortium, de U.S. HPV Program Robust Summaries, de EU IUCLID Data Base, de U.S. NTP publications, en andere bronnen indien toepasselijk. Lijst van afkortingen en acroniemen die in dit veiligheidsinformatieblad kunnen worden gebruikt (maar niet noodzakelijk ook worden gebruikt): Acroniem Volledige tekst NVT Niet van toepassing NB Niet bepaald NV Niet vastgesteld VOS Vluchtige Organische Stoffen AIIC Inventaris van industriële chemische stoffen in Australië AIHA WEEL Grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling van de American Industrial Hygiene Association ASTM ASTM International, oorspronkelijk bekend als de American Society for Testing and Materials DSL Domestic Substance List (Canada) EINECS Europese lijst van bestaande commerciële chemische stoffen (European Inventory of Existing Commercial Substances) ELINCS Europese lijst van aangemelde chemische stoffen (European List of Notified Chemical Substances) ENCS Inventaris van bestaande en nieuwe chemische stoffen in Japan IECSC Inventaris van bestaande chemische stoffen in China KECI Inventaris van bestaande chemische stoffen in Korea NDSL Non-Domestic Substances List (Canada) NZIoC Inventaris van chemische stoffen in Nieuw-Zeeland PICCS Inventaris van chemische stoffen in de Filipijnen TLV Drempelgrenswaarde (American Conference of Governmental Industrial Hygienists) TSCA Toxic Substances Control Act (USA inventaris) UVCB Substances of Unknown or Variable composition, Complex reaction products or Biological materials LC Lethal Concentration LD Lethal Dose LL Lethal Loading EC Effective Concentration EL Effective Loading NOEC No Observable Effect Concentration NOELR No Observable Effect Loading Rate TOELICHTING OP DE H-CODES DIE STAAN VERMELD IN RUBRIEK 3 VAN DIT DOCUMENT (uitsluitend ter informatie): Aquatic Acute 1 H400: Zeer giftig voor in het water levende organismen; Acuut gevaar voor het aquatisch milieu, Cat 1 Aquatic Chronic 1 H410: Zeer giftig voor in het water levende organismen met langdurige gevolgen; Chronisch gevaar voor het aquatisch milieu, Cat 1 Dit Veiligheidsinformatieblad bevat de volgende herzieningen
Gevarencategorieën
Conclusie / Opmerkingen Inademing Acute toxiciteit: (Rat) 4 uur (uren) LC50 > Minimaal giftig. Gebaseerd op testgegevens van structureel MAXCONC Testscores of andere vergelijkbare producten. Test(s) equivalent of vergelijkbaar met het onderzoeksresultaten voldoen niet aan de richtsnoer van de OESO 403 classificatiecriteria. Irritatie: Geen eindpuntgegevens voor dit Hoge temperaturen of mechanische inwerking kunnen dampen en product. nevels vormen die irriterend zijn voor ogen, neus, keel en longen. Inslikken Acute toxiciteit (Rat): LD50 > 5000 mg/kg Minimaal giftig. Gebaseerd op testgegevens van structureel Testscores of andere onderzoeksresultaten vergelijkbare producten. Test(s) equivalent of vergelijkbaar met het voldoen niet aan de classificatiecriteria. richtsnoer van de OESO 401 Huid Acute toxiciteit (Konijn): LD50 > 5000 mg/kg Minimaal giftig. Gebaseerd op testgegevens van structureel Testscores of andere onderzoeksresultaten vergelijkbare producten. Test(s) equivalent of vergelijkbaar met het voldoen niet aan de classificatiecriteria. richtsnoer van de OESO 402 Huidcorrosie/Irritatie: Gegevens Verwaarloosbare irritatie van de huid bij omgevingstemperatuur. beschikbaar. Testscores of andere Gebaseerd op testgegevens van structureel vergelijkbare onderzoeksresultaten voldoen niet aan de producten. Test(s) equivalent of vergelijkbaar met het richtsnoer classificatiecriteria. van de OESO 404 Oog Ernstig oogletsel/Irritatie: Gegevens Kan een licht en kortdurend ongemak voor de ogen veroorzaken. beschikbaar. Testscores of andere Gebaseerd op testgegevens van structureel vergelijkbare onderzoeksresultaten voldoen niet aan de producten. Test(s) equivalent of vergelijkbaar met het richtsnoer classificatiecriteria. van de OESO 405 Sensibilisatie Sensibilisatie van de luchtwegen: Geen Wordt niet verwacht een sensibilisator voor de luchtwegen te zijn. eindpuntgegevens voor dit product. Huidsensibilisatie: Gegevens beschikbaar. Wordt niet verwacht een sensibilisator voor de huid te zijn. Testscores of andere onderzoeksresultaten Gebaseerd op testgegevens van structureel vergelijkbare voldoen niet aan de classificatiecriteria. producten. Test(s) equivalent of vergelijkbaar met het richtsnoer van de OESO 406 Verslikken: Gegevens beschikbaar. Wordt niet verwacht gevaarlijk bij inademing te zijn. Gebaseerd op de fysico-chemische eigenschappen van het materiaal. Mutageniteit in geslachtscellen: Wordt niet verwacht mutageen voor geslachtscellen te zijn. Gegevens beschikbaar. Testscores of Gebaseerd op testgegevens van structureel vergelijkbare andere onderzoeksresultaten voldoen niet producten. Test(s) equivalent of vergelijkbaar met het richtsnoer aan de classificatiecriteria. van de OESO 471 474 Kankerverwekkendvermogen: Gegevens Wordt niet verwacht kanker te veroorzaken. Gebaseerd op beschikbaar. Testscores of andere testgegevens van structureel vergelijkbare producten. Test(s) onderzoeksresultaten voldoen niet aan de equivalent of vergelijkbaar met het richtsnoer van de OESO 451 classificatiecriteria. Giftigheid voor de voortplanting: Wordt niet verwacht een voor de voortplanting giftige stof te zijn. Gegevens beschikbaar. Testscores of Gebaseerd op testgegevens van structureel vergelijkbare andere onderzoeksresultaten voldoen niet producten. Test(s) equivalent of vergelijkbaar met het richtsnoer aan de classificatiecriteria. van de OESO 422 Lactatie: Geen eindpuntgegevens voor dit Wordt niet verwacht schade te veroorzaken via de borstvoeding. product. Specifieke doelorgaantoxiciteit (Specific Target Organ Toxicity, STOT) Eenmalige blootstelling: Geen Wordt niet verwacht orgaanschade te veroorzaken na een eindpuntgegevens voor dit product. eenmalige blootstelling. Herhaalde blootstelling: Gegevens Wordt niet verwacht orgaanschade te veroorzaken na langdurige beschikbaar. Testscores of andere of herhaalde blootstelling. Gebaseerd op testgegevens van onderzoeksresultaten voldoen niet aan de structureel vergelijkbare producten. Test(s) equivalent of classificatiecriteria. vergelijkbaar met het richtsnoer van de OESO 410 412 413 422 11.2. INFORMATIE OVER ANDERE GEVAREN 11.2.1 HORMOONONTREGELENDE EIGENSCHAPPEN Bevat geen stof(fen) die gekend zijn om hormoonontregelende eigenschappen te hebben die invloed hebben op de gezondheid.
Bevat
WATERSTOFSULFIDE: Chronische effecten op de gezondheid als gevolg van een herhaalde blootstelling aan lage concentraties H2S werden niet vastgesteld. Acute blootstelling aan een hoge dosis (700 ppm) kan onmiddellijk de dood tot gevolg hebben. Hoge concentraties leiden tot hart- of ademhalingsstilstand als gevolg van vergiftiging van het zenuwstelsel en longoedeem. Lagere dosissen (150 ppm) kunnen het verlies aan reukvermogen veroorzaken, en zo de waarschuwing van blootstelling elimineren. Symptomen van blootstelling aan te hoge concentraties H2S zijn hoofdpijn, vermoeidheid, slapeloosheid, prikkelbaarheid en maag en darm problemen. Herhaalde blootstelling aan ongeveer 25 ppm irriteert de slijmvliezen en het ademhalingsstelsel en impliceerde soms oogschade. EMISSIES (afkomstig van verwarmd bitumen): Volgens de International Agency for Research on Cancer (IARC), kunnen sommige specifieke beroepsmatige gebruiken van bitumen producten leiden tot carcinogene risico's, zoals: (a) Beroepsmatige blootstelling aan Oxidized Bitumens en hun emissies tijdens roofing werken zijn ‘waarschijnlijk kankerverwekkend voor de mens’ (Groep 2A), (b) beroepsmatige blootstelling aan Hard Bitumens en hun emissies tijdens gietasfalt werken zijn ‘waarschijnlijk kankerverwekkend voor de mens’ (Groep 2B), en (c) beroepsmatige blootstelling aan Straight-run Bitumens en hun emissies tijdens wegbedekkingswerken zijn ‘waarschijnlijk kankerverwekkend voor de mens’ (Groep 2B). Deze niveaus van gevaar zoals geidentificeerd door IARC zijn geassocieerd met de specifieke beroepsmatige gebruiken die verwarming behoeven. Oxidized asphalts zijn gedefinieerd als hebbende een Penetratie Index (PI) van > 2.0. RUBRIEK 12
ECOLOGISCHE INFORMATIE
De gegeven informatie steunt op beschikbare gegevens over het product, de bestanddelen van het product, of voor gelijkaardige producten, door toepassing van extrapolatieprincipes. 12.1. TOXICITEIT Product -- Wordt niet verwacht schadelijk te zijn voor in het water levende organismen. 12.2. PERSISTENTIE EN AFBREEKBAARHEID Biologische afbraak: Product -- Wordt verwacht blijvend te zijn. 12.3. BIOACCUMULATIE Product -- Heeft het vermogen te bioaccumuleren, alhoewel de stofwisseling of de fysische eigenschappen de biocencentratie zouden kunnen verminderen of de biobeschikbaarheid beperken. 12.4. MOBILITEIT IN DE BODEM Meerderheid der bestanddelen -- Geringe wateroplosbaarheid, wordt verwacht te zinken en te migreren naar het bezinksel. Wordt verwacht af te scheiden naar het bezinksel en de vaste fractie in het afvalwater. Product -- Zwak vermogen om zich door de bodem te verspreiden.
Resultaten van PBT- en zPzB-beoordeling
Het product voldoet niet aan de Reach Annex XIII criteria voor PBT of zPzB. 12.6. HORMOONONTREGELENDE EIGENSCHAPPEN Bevat geen stof(fen) die gekend zijn om hormoonontregelende eigenschappen te hebben die invloed hebben op het milieu. 12.7. ANDERE SCHADELIJKE EFFECTEN Er worden geen schadelijke effecten verwacht. RUBRIEK 13 INSTRUCTIES VOOR VERWIJDERING De afvoeraanbevelingen gelden voor het product in de staat waarin het geleverd wordt. Bij het afvoeren moeten de van kracht zijnde wetten en reglementen nageleefd worden en rekening gehouden worden met de staat waarin het af te voeren product verkeert. 13.1. AFVALVERWERKINGSMETHODEN Het afval naar een passende behandelings- en stortinrichting afvoeren. Hierbij rekening houden met de toepasselijke wetten en reglementen en met de kenmerken van het product op het moment van de afvoer. Europese afvalstoffencode: 05 01 17 NOTA: Deze codes worden toegewezen op basis van de meest courante toepassingen en kunnen niet representatief zijn voor de verontreinigingen die bij het effectieve gebruik van het product ontstaan. De producent van het afval moet zelf zijn proces evalueren en de gepaste afval codering toekennen. Waarschuwing voor lege verpakkingen Waarschuwing m.b.t. lege verpakkingen (indien van toepassing): Lege verpakkingen kunnen resten gevaarlijke stoffen bevatten en daarom gevaarlijk zijn. Probeer lege verpakkingen niet opnieuw te vullen of schoon te maken zonder duidelijke instructies. Lege vaten moeten helemaal leeg worden gemaakt en veilig worden opgeslagen, totdat ze op de juiste wijze geschikt zijn gemaakt voor hergebruik, of totdat ze worden afgevoerd. Lege verpakkingen moeten worden opgehaald voor hergebruik, terugwinning of verwijdering door een daartoe bevoegd bedrijf, in overeenstemming met de overheidsvoorschriften. VERPAKKING NIET ONDER DRUK ZETTEN, SNIJDEN, KNIPPEN, ZAGEN, LASSEN, SOLDEREN, BOREN, SLIJPEN, VERBRIJZELEN, OF BLOOTSTELLEN AAN WARMTE, VUUR, VONKEN, STATISCHE ELEKTRICITEIT, OF ANDERE ONTSTEKINGSBRONNEN. DIT KAN LEIDEN TOT EXPLOSIES MET LICHAMELIJK LETSEL OF DE DOOD ALS GEVOLG. RUBRIEK 14 INFORMATIE MET BETREKKING TOT HET VERVOER VERVOER OVER DE WEG (ADR/RID) 14.1. UN (of ID) nummer: 3257 14.2. UN officiële vervoersnaam (Technische benaming): VERWARMDE VLOEISTOF, N.E.G. (Bitumen) 14.3. Transportgevarenklasse(n): 9 14.4. Verpakkingsgroep: III
VN-nummer
14.2. UN officiële vervoersnaam (Technische benaming): GEEN NORMALE PRAKTIJK 14.3. Transportgevarenklasse(n): 14.4. Verpakkingsgroep: NVT
2.1. Indeling van de stof of het mengsel
Indeling overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1272/2008